HOOFDSTUK 1 . EEN PERSOONLIJKE INLEIDING
1.1. Lviv, city of paradoxen
Na een opleiding tot stedenbouwkundig ingenieur, werk als planoloog,
bestuurder van een middelgrote provinciestad in Noord-Nederland en werk in het bedrijfsleven wilde ik, begin 50, nog eens totaal wat anders.
Ik doorliep in 2003 – 2006 de foto-academie Amsterdam en werd fotograaf.
In oktober 2012 startte mijn vierde grote fotoproject: het fotoboek “Lviv, stad van paradoxen”. Lviv, een Habsburgse stad in westelijk Oekraïne, had mijn hart gestolen.
Oekraïne was toen nog een rustig land, er gebeurde vrijwel nooit wat.
In de zomer van 2014, toen het boek gepresenteerd werd op een internationale boekenmarkt in Lviv, lag dat wel anders. De opstand op Maidan was een half jaar achter de rug. Ik kon nog net enkele foto’s van de verkiezingscampagne van het parlementslid en oligarch Petro Porosjenko opnemen in het boek. De burgeroorlog in het Oosten van Oekraïne was toen volop aan de gang. Ik bezocht de begraafplaats in Lviv, waar de eerste vrouwen, moeders en kinderen aan het rouwen waren rond zes verse graven.
Inmiddels, in december 2023, gaat het om tienduizenden gesneuvelde Oekraïense militairen. Dat aantal kon ik natuurlijk toen nog niet vermoeden. Toch bekropen mij al een ongemakkelijk gevoel en de gedachte: dit kan wel eens helemaal uit de hand lopen. Ik ging mij verdiepen in de precieze achtergronden van het conflict. Langzamerhand werd ik een overtuigd voorstander van een neutrale positie voor Oekraïne. Ingekaderd binnen internationale afspraken bood dit mijns inziens de beste kansen voor een economische ontwikkeling in vrede en veiligheid. Ik vroeg daarvoor op zeer bescheiden schaal aandacht in het publieke debat. Dit resulteerde in februari 2015 in een opiniebijdrage in de Leeuwarder Courant met als kop: “Neutraliteit uitweg voor Oekraïne”.
1.2 Een vechtscheiding met Rusland
In die opiniebijdrage typeerde ik de oorlog met het woord ‘vechtscheiding’.
Wij kennen dat tussen partners of echtgenoten, maar ik vond en vind het woord ook toepasselijk op landen. Rusland en Oekraïne zijn de afgelopen eeuwen nauw met elkaar verweven geweest. Zij hebben bij tijd en wijle een de facto symbiotische relatie gehad. En ineens beslist één van die landen dat het genoeg is geweest, dat men op eigen benen wil staan en dat men zelfs een vrijage met de buurman wil. Dat komt hard aan bij de partner die altijd de baas was in de relatie. En zoals dat in een vechtscheiding gaat, ontstaat er gedoe en later conflict. Eerst wordt er gechanteerd maar als dat niet helpt, wordt er gevochten.
In de toen al aanwezige manier van denken werd uitgegaan van een strijd tussen democratie versus autocratie, en werd de statenrechtelijke visie als doorslaggevend ervaren. Ik vond dat te gemakkelijk. Een meer realistische vertrekpositie vond ik aannemelijker. Deze werd bijvoorbeeld verwoord door de Amerikaanse politicoloog John Ikenberry:
“Dat Poetin met geweld ingreep in Oekraïne toont niet dat het Russische imperium weer aan het marcheren is, maar dat het westerse systeem zo dicht op de huid van Rusland zit dat Poetin zich gedwongen ziet om Russische belangen te verdedigen op een manier die Rusland veel schade toebrengt. De oorlog in Oekraïne toont daarom niet dat het Westen zich moet gaan bewapenen tegen een heel succesvol Rusland, maar dat het Westen zijn geopolitieke rivalen in het nauw gedreven heeft”. (bron: Groene Amsterdammer, 17 december 2014)
Een relevant betoog, gericht op een neutraal Oekraïne, kwam ook van John Mearsheimer, als Amerikaanse politicoloog gespecialiseerd in internationale betrekkingen. “
Alleen als Oekraïne een neutraal land wordt, dat noch tot het westerse noch tot het Russische kamp behoort, is een oplossing denkbaar. Als Oekraïne blijft proberen deel van het Westen te worden en het Westen daarin blijft meegaan, zal Oekraïne vernietigd worden en zal het Oekraïense volk enorm lijden. Het is nu eenmaal een feit dat Rusland een grootmacht is en dat Oekraïne voor Rusland van wezenlijk strategisch belang is. En de Russen hebben al duidelijk gemaakt dat ze bereid zijn oorlog te voeren om te voorkomen dat Oekraïne in de westerse invloedssfeer komt. Je kan wel zeggen dat landen vrij moeten zijn om zelf te kiezen tot welk blok ze willen horen. Maar dat is erger dan naïef, dat is gevaarlijk.”
(bron: NRC 7 oktober 2014)
Mijn opiniebijdrage in de Leeuwarder Courant eindigde ik als volgt:
“Neutraliteit is volgens mij de enige weg om aan de vechtscheiding een einde te maken. Dat wil zeggen een staat tussen Oost en West die rekening houdt met de bijzondere positie van buurland Rusland en de autonomie van Oekraïne centraal stelt. Neutraliteit is geen makkelijke weg. Rusland meent eenzijdig grenzen te kunnen corrigeren. De Oekraïense regering zoekt via de toenadering tot de VS en EU de vlucht vooruit en creëert daarmee voldongen feiten. De beslissing van het Oekraïense parlement om de neutraliteit uit de grondwet te schrappen is bijvoorbeeld zo’n punt waarvan ik vind dat het onverstandig is geweest. Kortom: het kan maanden, zo niet jaren, duren voor dat neutraliteit bereikt is. Het vraagt ouderwetse diplomatie op hoog niveau. Maar het is wel de enige optie waarbij het Westen niet het risico loopt in een steeds verder oplopend, mogelijkerwijs gewapend (wellicht zelfs catastrofaal) conflict, met Rusland terecht te komen. En het is de enige optie waarbij Oekraïne niet voor de zoveelste keer in haar bestaan door een poel van ellende moet gaan. Ik hoop dan ook dat Europa eindelijk eens een eigen koers gaat varen en een neutrale positie van Oekraïne tot háár beleidskeuze maakt”. (bron: LC, 15 februari 2015)
1.3 De inval van Poetin in 2022
In de jaren 2015 tot 2022 volgde ik de ontwikkelingen in Oekraïne nog wel wat, maar niet intensief. Dat de Minsk-akkoorden niet werden nageleefd, het ging aan mij voorbij. Dit veranderde natuurlijk op 24 februari 2022 met de voor iedereen onverwachte inval van Poetin in Oekraïne. Ik was, zoals de meeste mensen, geschokt en vond het vreselijk wat ik zag op de televisie en wat ik las. Maar er zat een tweede emotie achter. Ik was ook boos dat het zo ver was gekomen, en had steeds gedachten als “dit had nooit mogen gebeuren”. En ook “deze oorlog was niet nodig geweest”. En “Deze oorlog gaat alleen maar verliezers opleveren”. En “Hoe kan het dat de zo voor de hand liggende oplossing van een neutraal Oekraïne gemist is”.
Opnieuw mengde ik mij op bescheiden schaal in het publieke debat.
Ik schreef een tweede opiniebijdrage voor de Leeuwarder Courant met als titel: “Het Westen moet nu het hoofd koel houden”. De ondertitel luidde: “Het conflict in Oekraïne had nooit zover uit de hand mogen lopen. Het had eigenlijk nooit mogen ontstaan. Een bredere visie op geopolitieke conflicten is zeer gewenst”.
Die bredere visie koppelde ik in eerste instantie aan het begrip neutraliteit.
Ik raakte er steeds meer van overtuigd dat weliswaar in de Oekraïense
situatie neutraliteit niet meer direct aan de orde was. Maar in andere toekomstige situaties is het begrip neutraliteit een relevant concept om zoveel mogelijk conflicten in goede banen te leiden. Neutraliteit leek mij dus een uiterst relevant thema. Maar mailtjes die ik schreef aan mensen van naam met de vraag om eens te mogen komen praten, werden op een enkele uitzondering na niet beantwoord.
Bijna had ik de moed opgegeven. Tot ik via You Tube op een bijeenkomst van 17 februari 2023 stuitte van The Hague Peace Projects met als titel ‘Stop the war, time to talk’. Hier deden vele sprekers van naam aan mee, zoals Jan Pronk. Jakob de Jonge was de initiatiefnemer, als een van de founding fathers van deze nog jonge vredesorganisatie. Een mailtje aan Jakob werd wél direct beantwoord. Er volgden gesprekken, en we besloten samen op te trekken met betrekking tot het thema neutraliteit. We gingen werken aan een boek, een reader met relevante artikelen over neutraliteit. In de zomer van 2023 stuitten wij via het internet op Pascal Lottaz. Deze Zwitser, wetenschapper en hoogleraar aan de Universiteit van Kyoto, is de initiatiefnemer van de website
www.neutralitystudies.com. Hij schreef vele artikelen en boeken over neutraliteit. Ook met hem ontstond een samenwerking. De inzet werd een gezamenlijk boek over neutraliteit, bestemd voor het grote publiek. Tot dan toe waren Lottaz’s publicaties hoofdzakelijk bestemd voor de academische wereld, achter de betaalmuren van de grote wetenschappelijke uitgevers.
1.4 Het diplomatieke proces.
Ik kom nu bij een derde fase in mijn ontwikkelingsproces die ik zou willen omschrijven als het afscheid nemen van een idealistische positie.
In de Oekraïense context had ik het steeds over ‘neutraliteit als de gemiste afslag’. Naarmate ik mij meer in het ontstaan van het conflict verdiepte, kwam er nog een tweede besef boven. Overigens een heel simpel besef: het zijn de fundamentele uitgangspunten die ten grondslag liggen aan onderhandelingsprocessen, welke vrijwel altijd de uitkomsten bepalen. En ik kwam tot de overtuiging dat de neutraliteitsafslag in Oekraïne niet zozeer gemist is, maar dat het Westen daar willens en wetens keihard aan voorbij is gereden. ‘Wij’ wilden de optie van een neutraal Oekraïne gewoon niet serieus bespreken.
Het paste niet in het onderhandelingsproces en de manier waarop men daar in zat. Het veranderde drastisch mijn manier van kijken naar de oorlog in Oekraïne. Er waren krachten in het geding die ik mij eerder niet zo nadrukkelijk had gerealiseerd. Hiermee verschoof in dit project mijn aandacht van neutraliteit, als een specifieke oplossing in bepaalde situaties, naar de onderhandelingsprocessen in geopolitieke conflictsituaties zelf.
De relevante vraag voor mij werd en is dat nog steeds: met welke ‘mindset’ wordt er in geopolitieke conflictsituaties geopereerd? En dat zijn keuzes.
Met andere keuzes zijn er andere uitkomsten.
De vraag moet dus steeds gesteld worden voor welke fundamentele vertrekpunten we kiezen bij pogingen om (potentiële) conflictsituaties op te lossen. Deze vraag blijft vandaag de dag in het publieke debat meestal nog onbesproken – dat geldt al helemaal voor de Oekraïense situatie.
In deze publicatie werk ik dit thema verder uit. Ter inleiding volgt hieronder een beknopte samenvatting van twee voor mij belangrijke invalshoeken.
1. Het willen winnen
In laatste instantie is veel, zo niet alle, besluitvorming in het geopolitieke landschap ingegeven door de wens om te willen winnen. Soms zijn er mediators als een conflict eenmaal is uitgebroken, die er wel weer wat nuance inbrengen. Maar initieel aan de start zitten partijen er in om te willen winnen. De vraag is of dat zo moet blijven. In sport en spel zal het willen winnen ongetwijfeld de zaak zijn en blijven waar het om draait. Aan het begin van de Tour de France ben je natuurlijk benieuwd wie er zal winnen en hoe die wedstrijd verloopt.
Maar zodra er een conflict is tussen personen, groepen van mensen, landen en zeker tussen grootmachten, moet het daar volgens mij niet meer over gaan. Bij conflicten die het risico in zich dragen dat ze gewapenderhand worden uitgevochten, met al het leed en ellende die daarmee annex zijn, zou het behouden van de vrede de inzet moeten zijn. En als een gewapend conflict desondanks toch is uitgebroken, moeten een wapenstilstand en vredesonderhandelingen het uitgangspunt zijn. Je zou ook kunnen zeggen: het gelijkspel als inzet. Ik noem deze benadering: op vrede gerichte preventieve dialoog. Daarbij zie ik deze aanpak als de derde weg tussen enerzijds pacifisme en anderzijds ‘oorlog als de voortzetting van de politiek met andere middelen’, de visie van de Pruisische generaal Carl von Clausewitz (1780-1831).
In hoofdstuk 3 werk ik deze benadering verder uit.
2. De veranderende context
Een aantal factoren maken het in deze tijd extra relevant om geopolitieke conflicten in vrede op te lossen in plaats van vechten en oorlog voeren.
A. Het bestaan van vele kernwapens in (nu nog) negen landen met in totaal ongeveer 10.000 operationele (en sommigen zelfs ‘trigger ready’) kernkoppen, voldoende om onze aarde volledig te vernietigen.
B. Het feit dat oorlogen zich langs steeds complexere lijnen voltrekken en als gevolg van hybride oorlogsvoering steeds moeilijker echt te winnen zijn.
C. De snelle technologische vernieuwing die door zal blijven gaan en tot uiting komt in kunstmatige intelligentie (AI) en biomedische manipulatie.
D. De klimaatcrisis en het beheer van de ‘common grounds’ zoals ruimte, oceanen, Antarctica.
De toekomst van planeet aarde in het algemeen en de homo sapiens in het bijzonder vergt goed doordachte mondiale interventies. Deze zullen door oorlogen, en hun onderliggende geopolitieke spanningen, worden belemmerd en waarschijnlijk zelfs onmogelijk gemaakt. Deze conclusie wordt in hoofdstuk 2 verder uitgewerkt.
1.5 De opzet van deze publicatie
Door deze toespitsing op de dialoog is het oorspronkelijke plan om een gezamenlijke reader over neutraliteit te maken gewijzigd. Pascal Lottaz schrijft in de komende jaren, op een moment dat het hem uitkomt, een publicatie over neutraliteit in verleden, heden en toekomst. In deze nu voorliggende publicatie komt de kern van dit boek, de noodzakelijke paradigma-switch in de richting van op vrede gerichte preventieve dialoog, aan de orde. De opzet van dit boek is verder als volgt.
In hoofdstuk 2 ga ik specifieker in op de veranderende context van oorlog en vrede, en op de noodzaak voor een derde weg tussen pacifisme en de Von Clausewitz-doctrine. Deze weg noemen we de op vrede gerichte preventieve dialoog (Peace Based Preventive Dialogue).
In hoofdstuk 3 werk ik het concept van op vrede gerichte preventieve dialoog verder uit. Welke vertrekpunten zouden bij een preventieve dialoog centraal moeten staan? Oftewel: hoe zorgen we voor onderhandelingsprocessen waarbij de uitkomst op een oorlog zo klein mogelijk is en de kansen op een oplossing in vrede zo groot mogelijk zijn?
In hoofdstuk 4 ga ik in op alle tegenkrachten die werkzaam kunnen zijn om op vrede gerichte preventieve dialoog te dwarsbomen. Ik zal daarbij specifieker ingaan op de rol van supermachten, met name de Verenigde Staten van Amerika.
In hoofdstuk 5 ga ik in op de keuzes met betrekking tot de mondiale veiligheidsstructuur. Met speciale aandacht voor het begrip van de pentarchie en de rol van de Verenigde Naties, met name met betrekking tot de bijzondere functie van het VN-Handvest.
Hoofdstuk 6 gaat over keuzes met betrekking tot de regionale veiligheidsstructuur. Ingegaan wordt op de NAVO, de relatie Rusland - Europa en op het potentiële militaire conflict rond Taiwan. Welke opties zijn er om dit conflict niet uit de hand te laten lopen?
Hoofdstuk 7 gaat in op Rusland en dan vooral op de persoon van president Vladimir Poetin. Ik onderzoek de vraag of Poetin de nieuwe Hitler is waarmee niet te praten valt, of dat deze invalshoek maar beter vermeden kan worden en we voor een meer realistische analyse moeten kiezen.
Hoofdstuk 8 gaat over de (internationale) vredesbeweging en hoe deze kan bijdragen aan het bevorderen van de dialoog. Verder worden er drie mogelijke concrete actiepunten voor de vredesbeweging besproken.
Hoofdstuk 9 gaat in op één van deze actiepunten, een polemologisch kennis netwerk. Dat wil zeggen het meer publiek maken van de beschikbare kennis voor het beoordelen van vraagstukken van oorlog en vrede in de juiste context. Er volgt een voorzet over welke publicaties gewenst zijn, zoals thema’s als neutraliteit, propaganda en de VN.
Hoofdstuk 10 is een samenvatting van de belangrijkste punten in dit boek.
De conflict-escalatieladder van Friedrich Glasl
De eerste prioriteit van gewenste publicaties uit hoofdstuk 9 betreft de conflictesclatieladder van Friedrich Glasl. Omdat ik in het vervolg van dit boek daar regelmatig op terug kom geef ik hier vast de essentie van deze theorie weer. Glasl onderscheid 3 fases van conflicten met in elke fase drie treden.
De eerste fase is de fase waarin het conflict nog als een win - win model kan worden opgelost. De tweede fase is het moment dat het conflict een strijd wordt. In de derde fase zijn we in de vechtfase aangeland. Het wordt een bittere strijd waarin feiten, belangen, emoties en logica compleet door elkaar heen lopen. (zie ook hoofdstuk 9, bladzijde 186 - 191).
1.6 Disclaimer.
Zoals uit het voorgaande duidelijk zal zijn geworden is dit een boek van een buitenstaander. Door mijn werk als fotograaf raakte ik geïnteresseerd in en betrokken bij Oekraïne en de oorlog die dit land voert met Rusland.
Via neutraliteit als de gemiste afslag kwam ik bij het gedrag tussen staten.
Zij willen, als ik het terugbreng tot de kern, winnen en niet verliezen.
Maar waar is het gelijkspel, vroeg ik mij af. Waarom gaan we niet voor vrede? Ik besloot een boek te maken, en de vraagstelling naar een hoger abstractieniveau te tillen. Dat is natuurlijk voor iemand die in de verste verte geen specialist is in internationale betrekkingen een behoorlijk ambitieus project. Waarom hier dan toch aan begonnen?
Allereerst. Het mag. Ik ben al bijna vijftig jaar lid van de PvdA en was tien jaar wethouder in Leeuwarden. Politiek is lekenbestuur, hield ooit iemand mij voor – een geruststellende gedachte. Juist ook niet-deskundigen mogen opvattingen hebben. Ik baseer mij daarbij op artikelen die ik lees in kranten, tijdschriften en boeken, en op de ontwikkeling van mijn eigen gedachten daarover.
Al enige tijd ben ik zelfs op Foreign Affairs geabonneerd. Ik zou hier ook nog Georges Clemenceau kunnen citeren. De premier van Frankrijk ten tijde van de Eerste Wereldoorlog betoogde ooit dat “oorlog te belangrijk is om uitsluitend aan generaals over te laten”.
Ten tweede. Wat er in de wereld gebeurt vind ik mateloos interessant. Vroeger, als twaalfjarig jongetje, lag ik al op mijn buik de krant te lezen, voordat mijn vader thuiskwam van zijn werk en de krant overnam.
Ten derde. Het is een vorm van sublimeren. Als ik de huidige gruwelijke
oorlogsbeelden zie op het nieuws voel ik mij machteloos, boos en verdrietig. Elke keer komt de vraag boven: hoe moeten we dit in de toekomst in hemelsnaam anders gaan doen? Met het stellen van deze vraag kom je welhaast vanzelf bij een hoger abstractieniveau uit. En dat geeft rust.
Ten vierde. Het past bij mij als nieuwsgierig persoon. Ik hou van hoofdlijnen. Ik ben eerder generalist dan specialist. Ik weet van weinig dingen veel en van veel dingen een beetje. Ik kan daardoor verbanden leggen en denk (ook als voormalig stedenbouwkundige) graag ver vooruit.
Ten vijfde. Uiteindelijk ben ik een Delftse ingenieur. Ik wil weten hoe de dingen in elkaar zitten, waarom iets gaat zoals het gaat. en dat geldt ook voor de
fundamentele processen zijn die oorlog en vrede bepalen. In dit boek probeer ik daarmee een begin te maken.
Ten zesde, last but not least. In laatste instantie gaat het mij om verspilde levens. Tijdens mijn fotoproject in Lviv in 2013 en 2014 sprak ik met veel oudere maar ook met jonge Oekraïners. Die laatste groep was in het algemeen leergierig, enthousiast en vol hoop op de toekomst. Vele van hen zijn er nu niet meer. Ze zijn gesneuveld in een oorlog die niet nodig was geweest en die met een klein beetje meer diplomatie en een klein beetje minder machtsdenken vermeden had kunnen worden. Het belang om vrede voorop te stellen heeft voor mij vooral te maken met het vermijden van verspilde levens. Dat is ook altijd het eerste dat ik voel als ik aan de loopgraven in Verdun denk. Wat zonde, wat zonde van al die levens die niet geleefd hebben kunnen worden.
Al met al genoeg factoren om er gewoon aan te beginnen. Ik zie dit boek
als een ‘work in progress’. Het begon als een paragraaf in een boek over neutraliteit. Het werd een zelfstandig essay, en is uiteindelijk het voorliggende boek geworden. Ik hoop dat dit boek - ondanks dat ik geen specialist ben - toch wat te bieden heeft.
Overigens is de positie van de leek in zekere zin interessant omdat je minder de kans loopt gevangen te raken in het benauwende en beperkende perspectief van de ‘deskundigen’ en het eigen vakgebied. Het wereldje waar de gemiddelde expert al jaren in rond loopt met zijn eigen codes en blinde vlekken. Het is ook niet voor niets dat vele experts soms pas na hun pensionering tot verrassende en nieuwe inzichten komen.
Hoe dan ook staan er naar mijn mening in ieder geval een aantal opvattingen in dit boek die de moeite van het overdenken en bespreken waard zijn. Ze staan enigszins haaks op de huidige mainstream manier van denken en dat lijkt mij alleen maar goed. Tegenspraak brengt ons verder.
Tot slot. Dit boek was niet tot stand gekomen zonder de stimulans van
‘the Hague Peace Projects’ en hun betrokkenheid en interesse. Ik dank hen, en al die anderen die mij geholpen hebben, voor hun opmerkingen, goede raad en tijd.
Reacties van u, als lezer, stel ik op prijs. U kunt mij een email sturen via info@dolphkessler.nl